Herinneringen aan een speech

Herinnering aan een toespraak

Mijn eerste echte speech schreef ik voor Cees Hakstege, later beter bekend als Cees H. De ceo van Bouwfonds moest een praatje houden ter gelegenheid van de opening van de rechtbank op de Kop van Zuid in Rotterdam, in bijzijn van onder anderen de toenmalige minister van Justitie Winnie Sorgdrager. Via een reclamebureau kwam ik in contact met Nico Vijsma, regelneef en duvelstoejager voor Bouwfonds en later een van de hoofdverdachten in de Vastgoedfraude naast Cees H. Vijsma gaf me de vrije hand, zolang de aanwezige notabelen maar onder de indruk zouden zijn. Geïnspireerd door het feit dat de rechtbank in het verlengde van de Erasmusbrug ligt, en veronderstellend dat het publiek van rechters, advocaten en hoogwaardigheidsbekleders een beetje zelfspot wel zou waarderen, citeerde ik in de speech uit de ‘Lof der Zotheid’ van Rotterdams beroemdste inwoner. “Onder de geleerden eisen de juristen een ereplaats voor zich op. Geen sterveling is zo met zichzelf ingenomen als zij, wanneer zij met hun monnikenwerk bezig zijn en in één adem duizend wetsbepalingen samenflansen, onverschillig of deze al dan niet bij hun onderwerp passen! Door commentaar op commentaar en toelichting op toelichting te stapelen, weten ze te bereiken dat hun vak het ingewikkeldste van alle vakken lijkt. Hoe gecompliceerder, hoe mooier, denken ze.” 

Vijsma vond het geweldig. Later belde hij mopperend en vloekend op dat Hakstege er tot zijn ongenoegen toch ook nog eigen gedachten over had, en dat de speech uitgebreid moest worden met een passage waarin ook vastgoedontwikkelaars en bouwers op de hak werden genomen. Hij vond hem een lafaard, wist niet of een zo mooi en compleet verhaal er met zo’n toevoeging wel op vooruit zou gaan, en excuseerde zich namens Hakstege voor zoveel onkunde. Daarmee toonde Vijsma zich de charmeur die precies de juiste toon wist aan te slaan om voor elkaar te krijgen wat hij wilde. Achteraf vraag ik me zelfs af of het commentaar van Hakstege zelf kwam. Hij wist in ieder geval te bereiken dat ik mijn stinkende best ben gaan doen om een tegenhanger te vinden voor Erasmus’ spottende teksten. Die vond ik in een reisbeschrijving van de negentiende-eeuwse Italiaanse auteur Edmondo de Amicis, die in 1873/1874 onder andere Rotterdam bezocht en zich daar verbaasde over de erbarmelijke staat van de woningen. “De hele stad Rotterdam staat, zoals een stad staan zou, wier huizen juist op het punt dat ze door een aardbeving voorover zouden gevallen zijn, plotseling onbeweeglijk gebleven waren [..] daar is het letterlijk een architectonische heksendans, een kermispret van huizen, alsof er leven in zit.” Aan dat citaat kon ik voor Hakstege een sneer naar zijn eigen beroepsgroep plakken en zo de toespraak weer in evenwicht brengen. Ik was zelf niet aanwezig bij het uitspreken van de tekst, maar ik ga ervan uit dat een en ander goed is gevallen. Het was in ieder geval het begin van een prettige samenwerking met Nico Vijsma, die zich later ook uitstrekte tot het schrijven van brochureteksten en de Bouwfonds-vastgoedkrant ‘Ruimte voor Succes’. Nadien heb ik nog tal van speeches geschreven voor directievoorzitters, wethouders, burgemeesters en een enkele minister of staatssecretaris, maar van de meeste zou ik nu niet meer weten waar ze over gingen of hoe ze tot stand zijn gekomen. Dankzij Nico Vijsma weet ik dat van deze toespraak nog wel.